Opel Good to Know - eco Tips

ZOEK EEN OPEL VESTIGING.

Zoek hieronder op naam vestiging, woonplaats of postcode.

Brandstofbesparende tips van Opel.

Geld besparen is ook het milieu sparen.

Vermijd overtollig gewicht!

  • Controleer het interieur en de koffer.
  • Verwijder onnodige voorwerpen.

Een meergewicht van 100 kg kan het brandstofverbruik met 5% doen stijgen.

 

Controleer de bandenspanning en slijtage!

  • Controleer de spanning en slijtage van alle banden, inclusief het reservewiel. Deze test moet om de twee weken worden uitgevoerd op koude banden.
  • Vul de banden bij volgens de indicaties in de handleiding. Banden met de juiste spanning creëren minder rolweerstand en verlagen het verbruik.
  • ·omp de banden op tot de maximaal toegelaten spanning. Een goed opgepompte band biedt minder weerstand.
  • Versleten of beschadigde banden verhogen het brandstofverbruik!

Banden waarvan de spanning 0,2 bar onder het aanbevolen niveau ligt, kunnen het verbruik met 2% verhogen.

 

Verwijder koetswerkaccessoires!

  • Is uw wagen uitgerust met een dakkoffer, een bagagerek achteraan, extra spiegels, enz.?
  • Verwijder deze koetswerkaccessoires dan wanneer u ze niet gebruikt.

Een leeg fietsenrek op het dak kan het brandstofverbruik met 10% verhogen. Een leeg fietsenrek achterop de wagen kan het brandstofverbruik met 20% verhogen.

 

Controleer het oliepeil en de kwaliteit van de olie!

  • Controleer het oliepeil en de graad van vervuiling.
  • Vuile motorolie kan het brandstofverbruik verhogen.
  • Vervang de motorolie vroeger of vul ze bij.

Speciale wrijvingsarme olie kan het brandstofverbruik met 5% verlagen. Controleer echter steeds in de handleidingen welke olie geschikt is voor uw wagen.

 

Controleer de toestand, het gewicht en de maat van uw banden!

  • Controleer de toestand en de slijtage van uw banden.
  • Het gebruik van smallere banden kan brandstof besparen.

Het gebruik van energiezuinige banden / banden met geoptimaliseerde rolweerstand kan tot 6% aan brandstof schelen.

 

Rijd vloeiend en in de juiste versnelling!

  • Vermijd haastig stop-startverkeer.
  • Jaag de motor niet in de toeren.  Gebruik de volgende vuistregels:

        (1) Gebruik de 1e versnelling om te vertrekken.

        (2) Schakel naar 2e vanaf 20 km/u.

        (3) Schakel naar 3e vanaf 30 km/u.

        (4) Schakel naar 4e vanaf 40 km/u.

  • Bij een automaat schakelt u met het gaspedaal, dus accelereer rustig.

Plots accelereren en remmen vergt meer brandstof.

 

Verlaag uw energieverbruik!

  • De elektrische uitrusting in de wagen verbruikt brandstof.
  • Schakel alle voorzieningen uit die u niet nodig hebt.
  • Beperk de bedrijfstijd van alle elektrische voorzieningen tot het minimum: de airconditioning hoeft bijvoorbeeld niet voortdurend te draaien en de ruit- en spiegelverwarming moet worden uitgeschakeld na het ontdooien.

De airconditioning kan het brandstofverbruik met 10% doen stijgen. Een stroomverbruik van 400 watt kan het verbruik met maar liefst vijf liter verhogen.

 

Denk vooruit en rijd rustig!

  • Pas uw snelheid aan het verkeer aan.
  • Plan op voorhand.
  • Vermijd bumperkleven.
  • Vertraag rustig (naargelang van de verkeerssituatie) bij het remmen.
  • Blijf ontspannen en rijd niet agressief of nerveus.

 

Door deze instructies op te volgen, kunt u heel wat brandstof besparen. Een aangenaam neveneffect van deze rijstijl is dat u minder stress ondervindt. U bent rustiger en minder vermoeid wanneer u op uw bestemming aankomt.

 

Laat de motor niet warmdraaien!

  • Bij een moderne motor hoeft u het gaspedaal niet herhaaldelijk in te trappen voor u wegrijdt.
  • De motor moet niet warmdraaien.
  • De snelste manier om de motor op te warmen is gewoon ermee te rijden.
  • Rijd rustig wanneer de motor koud staat.

 

Om milieuredenen is het in sommige landen verboden om de motor te laten warmdraaien.

 

Schakel de motor uit wanneer u stopt!

  • De vuistregel is: schakel de motor uit als u langer dan 10 seconden wil stilstaan. Voor oudere wagens neemt u 20 seconden.

De vervuilende uitstoot is het hoogst bij het vrijlooptoerental.